Tweede graad

Op ons college bieden wij vier richtingen aan: de richting ‘economie’, de richting ‘humane wetenschappen’ de richting ‘Latijn’ en de richting ‘wetenschappen’. Dit aanbod laat toe dat onze leerlingen zich goed kunnen oriënteren op basis van hun capaciteiten en interesses.
Kenmerkend voor de richtingen in het ASO is dat van alle leerlingen een hoog abstractievermogen en grote zelfstandigheid verwacht wordt.
In al onze richtingen combineren leerlingen een stevig pakket wiskunde en talen met een pijler wetenschappen en algemene vakken zoals aardrijkskunde en geschiedenis.
  

Economie:

De richting ‘economie’ bestudeert gedurende vier uur per week een waaier van economisch-maatschappelijke problemen. Het leerplan vertrekt uitdrukkelijk vanuit de onderneming. Zes (bedrijfs)economische thema’s worden vanuit een concreet maatschappelijke context behandeld: de kern van het ondernemen, werken in de onderneming, risico’s bij ondernemen, kleine versus grote ondernemingen, internationale handel, groei en welvaart. Bedrijfsbezoeken en andere actieve werkvormen komen hierbij aan bod. De leerlingen moeten zelf actief inzicht verwerven in de economische werkelijkheid vertrekkende vanuit realistische praktijkvoorbeelden. Er wordt voortdurend ingespeeld op de actualiteit door bijvoorbeeld gebruik te maken van videofragmenten.

Het vak economie levert door zijn leerinhouden en de daaraan gekoppelde leerprocessen een substantiële bijdrage tot de realisatie van vakoverschrijdende eindtermen zoals ‘leren leren’, ‘sociale vaardigheden’, ‘milieueducatie’ en ‘opvoeding tot burgerzin’.

Deze leerlingen stromen in de derde graad door naar de richtingen ‘economie-wiskunde’ en ‘economie-moderne talen’. Men kan zich op die oriëntering in de tweede graad al voorbereiden door te kiezen voor extra talen of extra wiskunde. Kiest men voor de optie talen, dan krijgt men in het derde jaar een extra-uur Frans, in het vierde jaar een extra-uur Engels. Kiest men voor de optie wiskunde, dan krijgt men in het derde en het vierde jaar een extra-uur wiskunde.

De leerling die kiest voor de richting ‘economie’ wordt verondersteld een sterke interesse te hebben voor de economische aspecten van het menselijk gedrag. De ethische dimensie komt ook uitdrukkelijk aan bod. Door het gebruik van actieve werkvormen (b.v. gebruik van ICT-hulpmiddelen en groepswerk) worden van de leerling een grote zelfstandigheid en sociale vaardigheden verwacht.

 

Humane wetenschappen

Kenmerkend voor deze richting is het pakket humane wetenschappen: 2 uur cultuurwetenschappen en 3 uur gedragswetenschappen. In het vak gedragswetenschappen staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. De leerlingen maken er kennis met onder meer interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende menswetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.

In het vak cultuurwetenschappen bestudeert men cultuurfenomenen als uitingen van mens en samenleving. Zo maken de leerlingen kennis met onder andere economie, recht, media, levensbeschouwingen en kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Beleving, observatie, bewustwording en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.

In de derde graad kunnen deze leerlingen verder in de richting ‘humane wetenschappen’.

De leerling die kiest voor deze richting, wordt verondersteld een sterke interesse te hebben voor het functioneren van de mens in de maatschappij en voor de sociale werkelijkheid. Observatie en analyse zijn belangrijke componenten in het leerproces. De leerling ontwikkelt een gevoeligheid voor kunst en de volledige culturele sector. Ook hier bespreekt men andere aspecten die met menselijk gedrag samenhangen: economische aspecten, juridische en ethische dimensie…




Latijn:

De richting Latijn is een verderzetting van de Latijnse studies in de eerste graad. Om de keuze van de derde graad voor te bereiden, biedt onze school de mogelijkheid aan om in de tweede graad een keuze te maken.

Ofwel kiest men telkens voor extra talen en minder wiskunde (derde jaar: 1 extra-uur Frans, 1 uur minder wiskunde, vierde jaar: 1 extra-uur Engels, 1 extra-uur Frans en 1 uur minder wiskunde). Men spreekt hier van de richting Latijn – optie talen.  

Ofwel kiest men telkens voor meer wiskunde en minder talen (derde jaar: 1 extra-uur wiskunde, 1 uur minder Frans, vierde jaar: 1 extra-uur wiskunde, 1 extra-uur fysica, 1 uur minder Frans en 1 uur minder Engels). Men spreekt hier van de richting Latijn – optie wiskunde.

De Latijnse richting is de enige richting uit de tweede graad die – om bovenstaande voorbereiding mogelijk te maken – een lesuur muziek krijgt in het derde jaar. De andere moderne richtingen krijgen muziek in het vierde jaar.

In de derde graad kan deze richting beëindigd worden in Latijn-Moderne talen, Latijn-Wetenschappen en Latijn-Wiskunde.  

De leerling die kiest voor deze richting, kiest bewust voor de studie van één van de klassieke talen en de Romeinse cultuur. Deze richting is bedoeld voor die leerlingen die interesse hebben voor het ontstaan van onze talen en onze westerse cultuur.

 

Wetenschappen:

Deze richting biedt met haar stevige vorming in natuurwetenschappen (biologie, chemie, fysica, samen goed voor 6 uur) en wiskunde (5 uur) een sterke wetenschappelijke basis aangevuld met een stevig pakket talen.

In deze richting leren de leerlingen zich de wetenschappelijke denk -, leer - en werkmethode eigen maken: waarnemingen doen, problemen formuleren, opstellen en toetsen van hypothesen (d.m.v. experimenten), resultaten waarnemen, beredeneren en verwoorden en besluiten formuleren. Een belangrijk deel van de leerplannen wetenschappen voorziet dat de leerlingen zelfstandig experimenten uitvoeren. Door te experimenteren leren zij objectieve conclusies te maken en bouwen zij op die manier zelf aan hun weten­schappelijke kennis. Door middel van de toegepaste leerprocessen leren de leerlingen feiten onderscheiden van vermoedens en leren zij een objectief, kritisch en onpartijdig standpunt innemen.

De vakken die gezamenlijk de natuurwetenschappelijke vorming in het secundair onderwijs moeten realiseren, zijn de drie basisvakken biologie, chemie en fysica, die elk een eigen doel hebben:

- biologie beoogt waarneming en studie van de levende wezens, de mens inbegrepen, wat hun bouw en levensfuncties betreft;

- chemie bestudeert de structuur en de eigenschappen van de stoffen aanwezig of gevormd in de fysische wereld en van de veranderingen die deze stoffen kunnen ondergaan door interacties met materie en/of energie;

- fysica leert de stoffelijke en energetische realiteit verklaren aan de hand van universele wetmatigheden waaraan alle stofdeeltjes onderworpen zijn.

Ook in deze richting leert men hoe wetenschappelijke inzichten veranderingen in de samenleving teweeg brengen: milieunormen, veiligheidsnormen enz.

De leerlingen leren de voor- en nadelen van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang kritisch afwegen in functie van het menselijk en maatschappelijk welzijn. Zij leren ook gebruik maken van allerlei ICT-toepassingen.

In de derde graad geeft deze richting aansluiting op moderne talen – wiskunde, moderne talen – wetenschappen of wetenschappen – wiskunde waarbij de afzonderlijke componenten meer nadruk krijgen.

Van de leerling wordt een grote interesse voor natuurwetenschappen, wiskunde en talen verwacht. Daarnaast wordt verwacht dat zij zowel zelfstandig als in groep kunnen werken.


  All rights reserved Laatst gewijzigd op 10/09/2008
www.agilesoft.be  Powered by AgileSoft ©BluePrint ®