Latijn:
De richting Latijn is een verderzetting van de Latijnse studies in de eerste graad. Om de keuze van de derde graad voor te bereiden, biedt onze school de mogelijkheid aan om in de tweede graad een keuze te maken.
Ofwel kiest men telkens voor extra talen en minder wiskunde (derde jaar: 1 extra-uur Frans, 1 uur minder wiskunde, vierde jaar: 1 extra-uur Engels, 1 extra-uur Frans en 1 uur minder wiskunde). Men spreekt hier van de richting Latijn – optie talen.
Ofwel kiest men telkens voor meer wiskunde en minder talen (derde jaar: 1 extra-uur wiskunde, 1 uur minder Frans, vierde jaar: 1 extra-uur wiskunde, 1 extra-uur fysica, 1 uur minder Frans en 1 uur minder Engels). Men spreekt hier van de richting Latijn – optie wiskunde.
De Latijnse richting is de enige richting uit de tweede graad die – om bovenstaande voorbereiding mogelijk te maken – een lesuur muziek krijgt in het derde jaar. De andere moderne richtingen krijgen muziek in het vierde jaar.
In de derde graad kan deze richting beëindigd worden in Latijn-Moderne talen, Latijn-Wetenschappen en Latijn-Wiskunde.
De leerling die kiest voor deze richting, kiest bewust voor de studie van één van de klassieke talen en de Romeinse cultuur. Deze richting is bedoeld voor die leerlingen die interesse hebben voor het ontstaan van onze talen en onze westerse cultuur.
Wetenschappen:
Deze richting biedt met haar stevige vorming in natuurwetenschappen (biologie, chemie, fysica, samen goed voor 6 uur) en wiskunde (5 uur) een sterke wetenschappelijke basis aangevuld met een stevig pakket talen.
In deze richting leren de leerlingen zich de wetenschappelijke denk -, leer - en werkmethode eigen maken: waarnemingen doen, problemen formuleren, opstellen en toetsen van hypothesen (d.m.v. experimenten), resultaten waarnemen, beredeneren en verwoorden en besluiten formuleren. Een belangrijk deel van de leerplannen wetenschappen voorziet dat de leerlingen zelfstandig experimenten uitvoeren. Door te experimenteren leren zij objectieve conclusies te maken en bouwen zij op die manier zelf aan hun wetenschappelijke kennis. Door middel van de toegepaste leerprocessen leren de leerlingen feiten onderscheiden van vermoedens en leren zij een objectief, kritisch en onpartijdig standpunt innemen.
De vakken die gezamenlijk de natuurwetenschappelijke vorming in het secundair onderwijs moeten realiseren, zijn de drie basisvakken biologie, chemie en fysica, die elk een eigen doel hebben:
- biologie beoogt waarneming en studie van de levende wezens, de mens inbegrepen, wat hun bouw en levensfuncties betreft;
- chemie bestudeert de structuur en de eigenschappen van de stoffen aanwezig of gevormd in de fysische wereld en van de veranderingen die deze stoffen kunnen ondergaan door interacties met materie en/of energie;
- fysica leert de stoffelijke en energetische realiteit verklaren aan de hand van universele wetmatigheden waaraan alle stofdeeltjes onderworpen zijn.
Ook in deze richting leert men hoe wetenschappelijke inzichten veranderingen in de samenleving teweeg brengen: milieunormen, veiligheidsnormen enz.
De leerlingen leren de voor- en nadelen van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang kritisch afwegen in functie van het menselijk en maatschappelijk welzijn. Zij leren ook gebruik maken van allerlei ICT-toepassingen.
In de derde graad geeft deze richting aansluiting op moderne talen – wiskunde, moderne talen – wetenschappen of wetenschappen – wiskunde waarbij de afzonderlijke componenten meer nadruk krijgen.
Van de leerling wordt een grote interesse voor natuurwetenschappen, wiskunde en talen verwacht. Daarnaast wordt verwacht dat zij zowel zelfstandig als in groep kunnen werken.