Economie - Moderne talen:
De studies concentreren zich op de economische leefwereld en een ruim pakket moderne talen. Wiskunde en natuurwetenschappen komen in mindere mate aan bod. In tegenstelling tot de andere richtingen worden de natuurwetenschappen in één pakket aangeboden.
Gedurende vier uur per week worden een aantal economisch-maatschappelijke problemen analytisch benaderd. De nadruk ligt op algemene economie (drie uur) waarin o.a. volgende onderwerpen aan bod komen: prijsvorming op de verschillende marktvormen en overheidsinterventie, inkomensvorming, inkomensverdeling en – ongelijkheid, het BBP (bruto binnenlands product) als welvaartsindicator, het geldsysteem (met o.a. inflatie), internationale economische betrekkingen enz. Er wordt vertrokken vanuit concrete maatschappelijke situaties met oog voor de economische, politieke en ethische dimensie.
Gedurende één lesuur per week worden meer bedrijfseconomische thema’s behandeld: financieel beleid en financiële analyse, personeelsbeleid, voorraadbeheer enz. Er wordt vertrokken vanuit een dynamische visie op het ondernemen: de zogenaamde stakeholder-theorie.
Deze richting bereidt uitstekend maar niet uitsluitend voor op economische studierichtingen in het hoger onderwijs. Er dienen zich wel beperkingen aan voor de meer wiskundig-wetenschappelijke vervolgrichtingen in het hoger onderwijs.
Economie - Wiskunde:
De studies concentreren zich op de economische leefwereld en wiskunde. Moderne talen komen in mindere mate aan bod (dan in de moderne talenrichtingen).
In de richting economie-wiskunde wordt één extra-uur economie ingericht (zie 3.1. bij Economie-Moderne talen). Het extra-lesuur wordt gebruikt om uitbreidingsleerstof te behandelen. De zelfwerkzaamheid van de leerlingen wordt bevorderd tijdens dit lesuur.
Het is een degelijke voorbereiding zowel op universitair als niet-universitair hoger onderwijs.
Humane wetenschappen
In de derde graad bouwt men de leerstof over mens en samenleving verder uit. De leerlingen leren zelfstandig gebruik maken van de menswetenschappelijke benaderingen. Zij moeten zelf een eenvoudig onderzoek kunnen opzetten en uitvoeren. De nadruk ligt in de derde graad veel meer nog op synthesevaardigheid dan op observatie en analyse.
Van de leerlingen wordt verwacht interesse te hebben voor studies met een sterk sociaal-culturele inslag. Zij moeten een hoog abstractievermogen kunnen opbrengen.
Deze richting is een degelijke voorbereiding op hoger onderwijs in de menswetenschappelijke richtingen. Er dienen zich wel beperkingen aan voor de meer wiskundig-wetenschappelijke vervolgrichtingen in het hoger onderwijs.
Latijn - Moderne talen:
In de derde graad legt het vak Latijn zich toe op het lezen en analyseren van Latijnse auteurs. Componenten van taal en cultuur vormen het vertrekpunt voor verdere exploratie en reflectie. Zes aspecten komen hierbij aan bod: het epische, het lyrische, het historische, het filosofische, het retorische en het juridische. Op die manier geeft Latijn een inleiding tot pakketten in het hoger onderwijs zoals recht, filosofie en psychologie.
De richting Latijn-Moderne talen richt zich op literaire geesten met grote aandacht voor oude en moderne talen. Deze leerlingen leren op creatieve manier met taal omgaan. Vertrekkend vanuit de typische vorming die het Latijn verschaft, is deze combinatie in het college de meest taalgerichte. Wiskunde en natuurwetenschappen komen in mindere mate aan bod. Ook hier worden in tegenstelling tot de andere richtingen de natuurwetenschappen in één pakket aangeboden.
De aansluitingen bij het universitair en niet-universitair hoger onderwijs zijn talrijk. Er dienen zich slechts beperkingen aan voor de meer wiskundig-wetenschappelijke vervolgrichtingen.
Latijn - Wiskunde 6 of 8 uur:
In de derde graad legt het vak Latijn zich toe op het lezen en analyseren van Latijnse auteurs. Componenten van taal en cultuur vormen het vertrekpunt voor verdere exploratie en reflectie. Zesaspecten komen hierbij aan bod: het epische, het lyrische, het historische, het filosofische, het retorische en het juridische. Op die manier geeft Latijn een inleiding tot pakketten in het hoger onderwijs zoals recht, filosofie en psychologie.
Er bestaat binnen de richting Latijn-wiskunde een keuzemogelijkheid. De eerste optie (LW6) biedt zowel in het vijfde als het zesde jaar 6 uur wiskunde, een extra-uur chemie en een extra-uur fysica aan. De tweede optie (LW8) biedt zowel in het vijfde als het zesde jaar 8 uur wiskunde aan.
Deze afdeling geeft een degelijke voorbereiding op universitair onderwijs en niet-universitair hoger onderwijs in allerlei vormen.
Latijn - Wetenschappen:
In de derde graad legt het vak Latijn zich toe op het lezen en analyseren van Latijnse auteurs. Componenten van taal en cultuur vormen het vertrekpunt voor verdere exploratie en reflectie. Zes aspecten komen hierbij aan bod: het epische, het lyrische, het historische, het filosofische, het retorische en het juridische. Op die manier geeft Latijn een inleiding tot pakketten in het hoger onderwijs zoals recht, filosofie en psychologie.
Latijn-Wetenschappen lijkt op de richting Latijn-wiskunde maar biedt minder wiskunde aan (4 uur) met in ruil hiervoor een stevigere vorming in biologie en aardrijkskunde. De combinatie van een verbaal-literaire component met een exact-wetenschappelijke staat borg voor een evenwicht tussen de specifiek-humane en de exact-wetenschappelijke aspecten van de algemene vorming.
De verdere uitwegen na deze richting zijn vrij ruim. Er dienen zich weinig beperkingen aan, behoudens enkele zwaar wiskundige universitaire studies.
Moderne talen - Wiskunde:
Deze richting is een polyvalente richting in de derde graad met een evenwichtig accent op wiskunde en moderne talen.
Deze afdeling geeft een degelijke voorbereiding op universitair onderwijs en niet-universitair hoger onderwijs in allerlei vormen.
Moderne talen - Wetenschappen:
Deze richting concentreert zich op een stevige vorming in de moderne talen aangevuld met een flink pakket wetenschappen. Wiskunde komt in mindere mate aan bod (4uur). De combinatie van een verbaal-literaire component met een exact-wetenschappelijke staat borg voor een evenwicht tussen de specifiek-humane en de exact-wetenschappelijke aspecten van de algemene vorming.
Deze afdeling geeft een degelijke voorbereiding op universitair onderwijs en niet-universitair hoger onderwijs in allerlei vormen. Er dienen zich weinig beperkingen aan, behoudens enkele zwaar wiskundige universitaire studies.
Wetenschappen - Wiskunde 6 of 8 uur:
In de richting Wetenschappen-Wiskunde kan er gekozen worden uit een optie met 6 u wiskunde en 1 uur wetenschappelijk tekenen (5WW6) of 8 uur wiskunde (5WW8) in het vijfde jaar. In het zesde jaar bestaat het verschil uit 6 u wiskunde en 1 uur extra biologie (6WW6) of 8 uur wiskunde (6WW8).
Meer nog dan in de tweede graad worden in de richting wetenschappen-wiskunde de leerlingen opgeleid om op een hoger abstractieniveau feitenmateriaal te analyseren en te gebruiken. Zij ontwikkelen op die manier verder hun onderzoeks- en cognitieve vaardigheden om optimaal kennis te gebruiken.
Zij leren inzicht verwerven in de rol van biologie, chemie en fysica voor de samenleving en hun waarden en hun beperkingen. Veilig en milieuvriendelijk experimenteren wordt bewust nagestreefd.
Van de leerling wordt een positieve ingesteldheid voor de exact-wetenschappelijke vormingscomponent verwacht.
Deze richting zorgt voor een vlotte aansluiting op alle vormen van hoger onderwijs en in het bijzonder op richtingen met een belangrijk natuurwetenschappelijk vakkenpakket in de aanvangsfase.