In 2021 startte de modernisering van het secundair onderwijs ook in de tweede graad. Deze grote hervorming bracht heel wat veranderingen met zich mee. We spreken nu van doorstroom-, arbeids- en dubbele finaliteit. Op onze school bieden we sinds september 2022 enkel doorstroomfinaliteiten aan, en dan zowel domeinoverschrijdende (DOD) als domeingebonden (DGD) richtingen. Latijn, Economische wetenschappen, Humane wetenschappen, Moderne talen, Natuurwetenschappen en Natuurwetenschappen optie STEM zijn domeinoverschrijdende richtingen. Bedrijfswetenschappen en Maatschappij- en Welzijnswetenschappen zijn domeingebonden richtingen.
Bekijk de lessentabellen van alle richtingen in de tweede graad hier.
Economische wetenschappen
De richting ‘economische wetenschappen’ bestudeert gedurende vier uur per week een waaier van economisch-maatschappelijke problemen. Je vertrekt uitdrukkelijk vanuit de onderneming. Bedrijfsbezoeken en andere actieve werkvormen komen hierbij aan bod. Je moet zelf actief inzicht verwerven in de economische werkelijkheid vertrekkende vanuit realistische praktijkvoorbeelden.
Er wordt voortdurend ingespeeld op de actualiteit door bv. gebruik te maken van videofragmenten. Je kan kiezen tussen een pakket met
4 uur wiskunde (en een groeiuur moderne vreemde talen) en een pakket met 5 uur wiskunde.
Binnen het secundair onderwijs blijven heel wat richtingen in de 3e graad open. Economie-wiskunde of economie-moderne talen zijn het meest voor de hand liggend. Voor de minder evidente overgangen (humane wetenschappen) worden vakantietaken voorzien of zal je zelfstandig leerstof moeten verwerken.
Humane wetenschappen
Als je als leerling voor humane wetenschappen kiest, wordt er verondersteld een brede interesse te hebben voor de mens en zijn maatschappij. Observatie, eigen en gedeelde ervaringen, theoretisch onderzoek en hierover open van gedachten wisselen, zijn belangrijke onderdelen van het leerproces binnen humane wetenschappen.
Kenmerkend voor deze richting is de het pakket menswetenschappen: 3 uur sociologie en psychologie, een uur filosofie en een uur kunstbeschouwing. In het vak sociologie-psychologie staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je maakt er kennis met verschillende menswetenschappelijke disciplines die de studie van mens en samenleving mogelijk maken. Binnen filosofie leer je denken vanuit verwondering en ga je op basis van betrouwbare op zoek naar kennis over actuele onderwerpen. Politiek, diversiteit, goed en kwaad, maatschappelijk verantwoord, solidariteit… krijgen invulling dankzij oude en nieuwe mens- en wereldbeelden van befaamde ‘denkers’.
In het vak kunstbeschouwing bestudeer je cultuurfenomenen als uitingen van mens en samenleving. Zo leer je onder andere economie, recht, media, levensbeschouwingen en kunst. Deze richting blijft dezelfde in de 3e graad. Overstappen naar een andere domeinoverschrijdende richting in de 3e graad is bijna onmogelijk.
Latijn
Je kiest in deze richting bewust voor de studie van één van de klassieke talen en de Romeinse cultuur.
Deze richting is bedoeld voor die leerlingen die interesse hebben voor het ontstaan van onze talen en onze westerse cultuur. Je volgde deze richting ook als basisoptie in het tweede jaar.
Je krijgt vijf uur Latijn en kan kiezen uit een pakket met 4 of 5 uur wiskunde. Heb je interesse in een richting met 6 uur wiskunde in de derde graad, dan is het pakket met 5 uur wiskunde een must.
Moderne talen
Deze richting biedt je een uitgebreid pakket aan talen. De vakken Frans, Nederlands en Engels worden aangevuld met een extra taalkundige en literaire component. In het vierde jaar krijg je er ook twee lesuren Duits en Spaans bij. In deze richting kies je ook voor het vak communicatiewetenschappen en een uur taal/woord/drama.
De meest logische overstappen zijn economie-moderne talen en moderne talen-wetenschappen. Voor de minder evidente overgangen (humane wetenschappen) worden vakantietaken voorzien of zal je zelfstandig leerstof moeten verwerken.
Bedrijfswetenschappen
De richting ‘bedrijfswetenschappen’ is een richting binnen de domeingebonden finaliteit (DGD). Je bestudeert gedurende zes uur per week een waaier aan economisch-maatschappelijke problemen. Je vertrekt vanuit een onderneming. Bedrijfsbezoeken en andere actieve werkvormen komen hierbij aan bod. Je moet zelf creatief inzicht verwerven in de economische werkelijkheid, vertrekkende vanuit realistische praktijkvoorbeelden. Er wordt voortdurend ingespeeld op de actualiteit door bv. gebruik te maken van videofragmenten. De leerstof economie is dezelfde als in de richting economische wetenschappen. Je krijgt echter meer tijd om die leerstof te verwerken. Voor wiskunde krijg je wel een aantal extra doelen in functie van economie te verwerken. In de derde graad is je logische overstap de richting Bedrijfswetenschappen.
Natuurwetenschappen
Deze richting biedt met haar stevige vorming in wetenschappen (biologie, chemie, fysica, aardrijkskunde; samen goed voor 7 uur) en het 5-uurs pakket wiskunde een sterke wetenschappelijke basis.
AARDRIJKSKUNDE: beschrijft het aardoppervlak en bestudeert de natuurlijke processen en menselijke activiteiten die het uitzicht ervan beïnvloeden.
BIOLOGIE: beoogt waarneming en studie van de levende wezens, de mens inbegrepen, wat hun bouw en levensfuncties betreft;
CHEMIE: bestudeert de structuur en de eigenschappen van de stoffen aanwezig of gevormd in de fysische wereld en van de veranderingen die deze stoffen kunnen ondergaan door interacties met materie en/of energie;
FYSICA: bestudeert allerlei processen die zich in de natuur voordoen, in hoofdzaak van de dode materie. Deze “natuurwetten” worden eenduidig beschreven en worden dan gebruikt om verklaringen en voorspellingen te doen.
In deze richting leer je de wetenschappelijke denk -, leer – en werkmethode eigen maken. Erg belangrijk is het zelfstandig experimenteren. Door te experimenteren leer jij objectieve besluiten nemen en bouw je op die manier zelf aan jouw wetenschappelijke kennis.
Een richting met wiskunde of wetenschappen in de derde graad is een logische keuze.
Natuurwetenschappen optie STEM
STEM staat voor Science (wetenschappen), Technology, Engineering (ontwerpen en ontwikkelen) en Mathematics (wiskunde).
SCIENCE: de studie van levende en niet levende natuur (biologie, chemie, fysica).
TECHNOLOGY: elk product dat door de mens ontworpen wordt om aan bepaalde noden te voldoen. Elk product dat een kind/leerling ontwerpt om een probleem op te lossen kan als technologie beschouwd worden.
ENGINEERING: het ontwerpproces dat een leerling doorloopt om het probleem op te lossen.
MATHEMATICS: de taal van getallen, vormen, formules, vergelijkingen,… die het probleem helpt op te lossen.
In een STEM-klas worden wetenschappelijke problemen in
een aantal modules bestudeerd. In elke module worden wetenschappen, wiskunde, techniek en ICT met elkaar verbonden. De leerlingen ontwikkelen een aantal vaardigheden: denken, redeneren, onderzoeken, werken in teamverband en creatief zijn. Je krijgt drie uur STEM.
In deze richting leert men hoe wetenschappelijke inzichten veranderingen in de samenleving teweeg brengen: milieunormen, veiligheidsnormen, enz.
Maatschappij- en welzijnswetenschappen
Binnen de richting Maatschappij- en Welzijnswetenschappen, een domeingebonden richting, is het vak sociologie en psychologie (5 uur) het belangrijkste. Je volgt hetzelfde leerplan als in de richting humane wetenschappen, maar krijgt meer tijd om de leerstof te verwerken. Je krijgt ook het vak filosofie. Je volgt voor alle vakken het basisleerplan, behalve voor Nederlands. Hier volg je hetzelfde leerplan als de richting humane wetenschappen. In de derde graad is je logische overstap de richting Welzijnswetenschappen.
